De juiste ondersteuning bij de obesitaspil is essentieel
Nieuwe orale behandelingen kunnen de drempel voor obesitaszorg verlagen en de behandeling voor meer mensen toegankelijk maken.

De obesitaspil komt eraan, maar de juiste begeleiding wordt belangrijker dan ooit
Nieuwe pillen kunnen de drempel naar obesitaszorg verlagen en meer mensen bereiken. Maar volgens endocrinoloog en Yazen-oprichter Martin Carlsson wordt goede begeleiding juist belangrijker nu er steeds meer medicijnen bijkomen. “Het gaat niet om het sterkste middel, maar om wat bij welke patiënt past.”
Voor Martin Carlsson is de komst van de obesitaspil belangrijk, maar niet revolutionair. De echte revolutie was die van vier of vijf jaar geleden, met de komst van GLP1-medicatie. “Voor die tijd hadden we als arts eigenlijk heel weinig te bieden”, zegt hij. “Er was natuurlijk bariatrische chirurgie, maar verder was het vooral leefstijladvies dat we konden geven. En dat was voor veel patiënten niet effectief genoeg.”
GLP-1-medicatie veranderde dat. Ineens zag hij patiënten die jarenlang met hun gewicht hadden geworsteld tientallen kilo’s verliezen. “Ze kregen opeens een heel nieuw leven.” Zo’n revolutie zal de We Govy-pil die nu naar Europa komt vermoedelijk niet veroorzaken, denkt hij. Daarbij: de pil is ook niet nieuw. “De werkzame stof in deze pil kennen we al jaren. Binnen het Yazen-programma kregen ruim 4.500 patiënten deze stof, semaglutide, zelfs ook al eerder als tablet. Nieuw is wel dat Novo Nordisk een hogere dosis heeft ontwikkeld voor deze pil. En dat patiënten straks meer te kiezen hebben.”
En die keuze is voor iedereen anders, weet Carlsson. “Sommige patiënten zullen juist graag van de injectie af willen stappen. Anderen zullen na verloop van tijd merken dat de wekelijkse prik beter bij hen past en stappen weer terug. Soms zal er tijdelijk gewisseld worden, bijvoorbeeld tijdens een langere reis.”
Een pil die echt als pil is ontwikkeld
Ondertussen heeft Eli Lilly orforglipron ontwikkeld, een medicijn met een andere structuur dat niet op een lege maag hoeft te worden ingenomen. “Dat is niet simpelweg een bestaand middel in tabletvorm”, aldus Carlsson. “Het is echt ontwikkeld als pil en daardoor ook interessanter.” Wanneer beide nieuwe pillen precies in Nederland beschikbaar komen, is nog niet duidelijk.
Belangrijker vindt Carlsson dat een tablet voor sommige mensen de drempel naar behandeling kan verlagen. Bijvoorbeeld voor mannen die sowieso niet zo snel hulp zoeken. “Bij Yazen is ongeveer driekwart van de patiënten vrouw, terwijl obesitas zeker geen vrouwenprobleem is. Als een tablet ervoor zorgt dat meer mannen behandeling zoeken, zou dat heel positief zijn.”
Maar tegelijkertijd is “een recept nog geen behandeling”, aldus Carlsson. Zelfs bij precies hetzelfde middel kunnen twee patiënten totaal anders reageren. “Ik heb patiënten die heel goed reageren op een heel lage dosis, terwijl iemand anders veel meer nodig heeft. Je moet dus echt kijken naar de persoon die voor je zit.” Daarbij speelt meer dan alleen het gewicht. Heeft iemand diabetes of leververvetting? Is er een hoog cardiovasculair risico? Zijn er veel bijwerkingen? Verliest iemand veel spiermassa? En past een dagelijkse pil beter, of juist een wekelijkse prik? “Obesitas is niet bij iedereen hetzelfde.”
Begeleiding
Dat maakt begeleiding juist belangrijker. “Je moet blijven volgen hoe iemand reageert, of er bijwerkingen zijn, hoe het met de honger gaat en of de behandeling nog past. Soms moet je de dosis aanpassen, soms moet je wisselen.” In het Yazen-programma gebeurt dat niet alleen door artsen, maar ook met diëtisten, psychologen, fysiotherapeuten en health coaches. Ook voeding en beweging blijven belangrijk. Wie door medicatie veel minder gaat eten, moet extra letten op eiwitten, vezels, vitaminen en mineralen. Bij fors gewichtsverlies kan bovendien spiermassa verloren gaan.
Tegerlijkertijd is juist zo’n langdurige begeleiding niet voor iedereen vanzelfsprekend, blijkt uit cijfers van Yazen. Twaalf procent van de patiënten had eerder via de huisarts hulp gezocht, maar kreeg naar eigen zeggen onvoldoende ondersteuning rond leefstijl, dosering of bijwerkingen. Nog eens 22 procent zag de huisarts überhaupt niet als een reële optie voor hulp bij gewichtsproblemen.
Volgens Carlsson gaat het daarom niet alleen om toegang tot medicatie, maar ook om het volhouden van een behandeling. Zo blijkt dat 27 procent van de GLP-1-gebruikers zonder gestructureerde begeleiding na twaalf maanden nog in behandeling is. Binnen Yazen is dat 69 procent. De boodschap is duidelijk:“Met alleen medicatie kan iemand prima afvallen. Maar je wilt uiteindelijk dat iemand het volhoudt en er ook echt gezonder van wordt.”
Toekomst
Over vijf jaar ziet Carlsson vooral nog meer keuze én meer maatwerk. De één kiest voor een dagelijkse pil, de ander voor een wekelijkse prik. Er komen middelen die langer werken en medicijnen die verschillende mechanismen combineren. De vraag wordt daardoor minder: welk middel werkt het best? en steeds vaker: wat past het best bij deze patiënt? Digitale zorg kan helpen om dat goed te volgen, met artsen, diëtisten, psychologen en coaches ieder in hun eigen rol.
Maar de grootste verandering zit volgens Carlsson niet in de volgende pil of prik. Die zit in hoe we naar obesitas kijken. “Niemand zegt tegen iemand met hoge bloeddruk dat hij vals speelt omdat hij medicijnen gebruikt, maar bij obesitas gebeurt dat helaas nog wel.”
“Als we over tien jaar terugkijken, hoop ik dan ook dat we niet zeggen: toen kwam die ene wonderpil. Ik hoop dat we zeggen: toen zijn we obesitas eindelijk gaan behandelen als de chronische ziekte die het is.”
Meer nieuws
Yazen groeit door in Nederland. Country Managar Nicole Diebels over de strijd tegen obesitas in Nederland
Vorige week was Nicole Diebels, country manager Nederland van Yazen, te gast bij BNR Zakendoen. Ze sprak over digitale obesitaszorg, medische begeleiding en leefstijlverandering en over obesitas als chronische ziekte. Hieronder lees je een journalistieke samenvatting van het gesprek.


