Magnus Nyhlén: de arts die zelf patiënt werd
In onze nieuwe interviewserie over vernieuwers in de obesitaszorg spreken we met artsen, wetenschappers, ondernemers en andere experts die ieder op hun eigen manier werken aan betere zorg voor mensen met obesitas. Wat moet er anders? Welke rol spelen nieuwe medicijnen, digitale begeleiding en maatschappelijke verandering? En hoe zorgen we dat mensen met obesitas niet langer alleen staan? In deze aflevering spreken we Magnus Nyhlén, arts, techondernemer en medeoprichter van Yazen. Maar ook patiënt. Juist die combinatie bepaalt hoe hij naar obesitaszorg kijkt: medisch, persoonlijk en zonder oordeel. “Je kunt mensen met obesitas niet alleen laten. Dat is veel te lang gebeurd.”

Magnus Nyhlén herinnert zich de zaal nog goed. Een collegezaal vol artsen en mensen in opleiding. Het onderwerp: obesitas. De spreker stelde een vraag. Wat is de beste sport voor mensen met obesitas? Het antwoord was als grap bedoeld: zwemmen. Want dat is het enige moment waarop ze niet kunnen eten. De zaal lachte, maar Magnus niet. “Ik wist dat er mensen in die zaal zaten die zelf met obesitas worstelden,” zegt hij. “Dat soort opmerkingen laten zien hoe weinig begrip er nog steeds is.”
Voor Magnus is obesitas geen onderwerp op afstand. Hij is arts, ondernemer en medeoprichter van Yazen, de digitale kliniek voor obesitaszorg. Maar hij is ook patiënt.
“Nog steeds,” zegt hij.
Dat maakt zijn verhaal anders. Yazen werd niet alleen gebouwd vanuit technologie of ondernemerschap, maar ook vanuit frustratie. Over een zorgsysteem waarin mensen met obesitas vaak jarenlang te horen krijgen dat ze minder moeten eten en meer moeten bewegen.
Een leven lang worstelen
Als jonge man had hij geen overgewicht. Hij sportte veel, deed militaire dienst, bewoog veel. “Ik leefde heel actief. En ik at mijn moeders eten. Dat hielp ook,” lacht hij.
Dat veranderde toen hij rond zijn 25e zijn eerste bedrijf begon met lange dagen, veel zitten, fastfood en stress. De routine verdween. “Ik ging eten steeds meer gebruiken als een manier om te ontspannen.” Tot hij uiteindelijk rond de 128 kilo woog, met een BMI net onder de 34.
Hij probeerde af te vallen. Natuurlijk probeerde hij dat. Trainen, fietsen. Dat was nog voordat moderne obesitasmedicatie beschikbaar kwam. Maar de honger en cravings bleven. Dus toen hij zijn enkel brak en opeens minder kon bewegen, vlogen de kilo’s er weer net zo hard aan.
Lange tijd was dat vooral zwaar en ongemakkelijk. Totdat hij na een zware darminfectie, uitdroging en een vliegreis opeens ook last van bloedstolsels kreeg. Zijn linkerlong klapte deels in. “Toen dacht ik: dit is echt. Dit was waarschijnlijk niet gebeurd als ik een normaal gewicht had gehad.”
Van patiënt naar dokter
Het deed hem ook beseffen dat obesitas niet over uiterlijk gaat. Niet over hoe je die buik weg krijgt, zodat je die broek weer aan kan of er strak uitziet op het strand.
“Het gaat erom dat obesitas je uiteindelijk beperkt. Je krijgt last van je rug, je knieën, je bloeddruk. Je kunt minder makkelijk met je kinderen spelen. Je zit op een bankje te kijken, in plaats van mee te doen.”
Die gedachte werd later belangrijk bij de ontwikkeling van Yazen, dat hij in 2022 medeoprichtte. Niet als losstaande app of digitale afslanktool, maar als een manier om medische zorg dichterbij mensen te brengen.
Yazen biedt niet alleen afslankmedicatie, maar werkt met een zorgteam rond de patiënt: een arts, health coach, diëtist, fysiotherapeut en psycholoog. Via de app is begeleiding laagdrempelig beschikbaar, ook op momenten waarop iemand dreigt af te haken. Na een tegenvaller op de weegschaal bijvoorbeeld. Of wanneer iemand misselijk is van medicatie en denkt: ik stop ermee.
“Afvallen is namelijk niet het moeilijkste deel,” zegt Nyhlén. “Volhouden is de echte strijd.”
Niet omdat mensen niet weten wat gezond eten is. Maar omdat hun lichaam en brein na gewichtsverlies tegenwerken. Eten wordt dan geen simpele keuze meer, maar een voortdurende onderhandeling met honger, gewoontes en biologie.
Nyhlén legt het uit met een restaurantkaart. Wie met enorme honger aan tafel zit, ziet niet de lichte soep. Die ziet de friet, de pasta met roomsaus, de club sandwich. “Zo werkt het brein. Als je gewicht verliest, reageert je lichaam alsof het dat gewicht terug moet krijgen. Je ziet bijna automatisch de meest energierijke opties.”
Met wilskracht kun je daar één keer tegenin gaan. Misschien twee keer. Misschien een week. “Maar je moet die keuze elke keer opnieuw maken. Iedere keer dat er eten voor je neus staat.”
Daarom ergert hij zich aan het idee dat obesitas vooral draait om discipline. “De meeste mensen met obesitas zijn helemaal niet lui,” zegt hij. “Ze hebben juist alles geprobeerd.”
Dokterspectief
Wel ziet hij dat ze niet altijd juiste steun krijgen, ook niet in de spreekkamer. Een advies. Een folder. Soms een verwijzing. Of als ze geluk hebben, een recept voor afslankmedicatie.
“Laat ik benadrukken: de medicijnen zijn fantastisch en zijn ook onderdeel van onze behandeling,” zegt hij. “Maar het is geen magie.”
Sterker: bij hem werkte de medicatie zelfs zó goed dat het bijna te veel werd.
“Eten heeft ook een sociale kant,” zegt hij. “Een glas wijn met vrienden, ergens naar uitkijken, koffie in de ochtend. Op een bepaald moment voelde het alsof dat allemaal wegviel. Alsof het leven een beetje saai werd.”
Juist daarom, zegt hij, moet obesitaszorg breder zijn dan alleen een prikpen of recept. De ene patiënt eet omdat hij voortdurend honger heeft. De ander eet bij stress, verdriet of angst. Sommige mensen krijgen bijwerkingen. Anderen vallen snel af en schrikken daar juist van. Weer anderen raken in paniek als het gewicht een week stilstaat.
“Daarom kun je niet zeggen: hier is een recept, succes ermee. Maar heb je continue zorg nodig.”
Tsunami aan patiënten
En juist die langdurige zorg kan het traditionele zorgsysteem volgens Magnus steeds moeilijker bieden.
“Obesitas is een chronische ziekte waar miljoenen mensen mee leven. Een huisarts kan niet wekelijks naast iemand staan. Specialistische klinieken hebben maar beperkt plek. En een kort consult is niet genoeg voor een ziekte die iedere dag meespeelt.”
Volgens Nyhlén zit daar precies het probleem.
“Je kunt niet ineens miljoenen patiënten toevoegen aan het traditionele zorgsysteem,” zegt hij. “Dat kan gewoon niet.”
Yazen is volgens hem gebouwd om juist die kloof te overbruggen: digitale en medische zorg, maar wel met een vast team erachter. Niet één recept en daarna succes ermee, maar begeleiding die dichtbij blijft. Juist op de momenten dat iemand dreigt af te haken.
Volgens Nyhlén laat de groei van Yazen zien dat deze vorm van zorg op schaal mogelijk is. Inmiddels behandelt Yazen meer dan 44.000 mensen in zeven landen, waaronder Nederland.
“Voor mij is het eigenlijk heel simpel,” besluit hij. “We willen zoveel mogelijk mensen helpen. Niet een paar, maar heel veel. En dat kan alleen als we de zorg anders organiseren. Want je kunt mensen met obesitas niet alleen laten. Dat is veel te lang gebeurd.”
Meer nieuws
WOD26: ‘Makkelijke weg’? Stigma rond behandeling
Vandaag op Wereld Obesitasdag blijkt uit nieuw onderzoek dat achter de snelle opkomst van afslankmedicatie een ander verhaal schuilgaat: veel Nederlandse gebruikers praten er liever niet over. Driekwart houdt het gebruik van GLP-1-medicatie geheel of gedeeltelijk geheim.



